Hoe versier je een man?

Ik ben er niet trots op, maar ik reed laatst met mijn auto door rood omdat ik per ongeluk naar een mooie man zat te koekeloeren. Afgeleid, hoofd helemaal omgedraaid en BAM dat hele verkeerslicht gemist. Alsof ik langs een bikinireclame reed. Daar word ik trouwens ook vaak door afgeleid, door bikinireclames langs de weg, maar daar gaat het nu even niet om.

Waar het om gaat is dat als ik een vrouw was geweest in de 19de en 20ste eeuw, ik rustig naar huis was gereden om daar lijdzaam te wachten tot de man in kwestie contact met me zou opnemen, maar dat er anno 2019 van vrouwen toch echt wat meer initiatief in de liefde verwacht wordt.

Ik kon me dus wel voor mijn kop slaan dat ik niet naar hem had getoeterd of gefloten, met piepende banden was opgetrokken om zijn aandacht te vangen, hem hinderlijk was gevolgd, of door het open raam geroepen had waar die mooie beentjes heengingen.

Dat is natuurlijk het nadeel van de emancipatie: dat je ook als vrouw van je luie gat moet komen als je een leuke baan, een huis of een geliefde zoekt. Ik ben ook heel slecht in versieren, dus ik vond het stiekem altijd wel prima dat mannen dat deden. Maar als je wekelijks pleit voor een gelijkwaardiger samenleving, moet je daar natuurlijk niet over piepen.

Er is ook keus genoeg man. We hebben Tinder, Temptation Island, de Kamasutra-beurs, speciale wandelvakanties en natuurlijk de advertenties van Pier Ebbinge. En zelfs als je al een relatie hébt scoor je er zo nog eentje bij via Second Love. Je hebt als vrouw dus echt geen excuus meer als je klaagt dat je single bent.

Femke Nouwens valt het ook op dat vrouwen tegenwoordig meer initiatief in de liefde nemen, zegt ze als ik haar erover bel. Dat ziet ze in haar werk bij NS, waar ze onder meer verantwoordelijk is voor de website van ‘Hartkloppingen’ waarnaar je liefdesbriefjes kunt sturen als je iemand in de trein ziet die je leuk vindt. Als ze de oproepen van nu grofweg vergelijkt met die van 2007, merkt ze dat die steeds vaker door vrouwen worden geplaatst.

De oproepen zijn ook een stuk minder romantisch geworden zegt ze, en een stuk directer – tegenwoordig: „bij jou thuis of bij mij?” in plaats van vroeger: „ik was te verlegen om je aan te spreken”. Of dat zo is omdat de vrouwen zich er meer mee zijn gaan bemoeien weet ze niet, maar ik zeg verder even niks.

Over die tanende romantiek had ik het deze week ook nog even met Mark Traa, redacteur bij populair-wetenschappelijk tijdschrift Quest en op Instragram hobbyverzamelaar van liefdesoproepen die eind 19de, begin 20ste eeuw in kranten verschenen. Hij bundelde de mooiste in Steeds blijf ik u beminnen – een parel van een boekje.

Traa noemt ze „een verdwenen kunstvorm”, zoals deze: „Ik bemin u, ik vertrouw op u, ik wacht op u” en ineens vond ik het heel jammer dat mannen nauwelijks nog hoffelijk in de pen klimmen als ze een vrouw leuk vinden. Maar ik snap het ook wel hoor, nieuwe tijd, we swipen door enzo, dus als u het niet erg vindt vat ik zelf ook even de koe bij de horens. Ik zoek dus die man van een maand geleden bij dat stoplicht, in Utrecht-Oost.

Als vrouw kan ik dat prima alleen, dank u.

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in


NRC Handelsblad
van 28 juni 2019

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in


nrc.next
van 28 juni 2019

 

Read More